Bouwstenen van een Geoquest

 

Bij het opzetten van een Geoquest kan het volgende stappenplan worden gehanteerd:

Introductie
De introductie moet pakkend zijn en bovendien richting geven aan het onderzoek. Om te beginnen bevat deze stap in ieder geval een korte omschrijving van het onderwerp met eventueel een illustratie die kenmerkend is voor het geografische vraagstuk. Qua effect kan deze opzet worden vergeleken met een pakkende krantenkop, dus om de aandacht te trekken. Daarnaast wordt met de onderzoeksvraag de geografische benaderingswijze richting gegeven.

Omschrijving leertaak
In de leertaak wordt omschreven wat moet worden uitgezocht. Dit wordt duidelijk voor leerlingen wanneer de leertaak wordt geformuleerd in de vorm van deelvragen waarin de geografische werkwijze naar voren komt en die in het geval van een gesloten Geoquest ook stapsgewijs kunnen worden beantwoord.

Eisen en eindproduct
Welk eindproduct moet er komen en welke elementen dienen in dat eindproduct aanwezig te zijn? Als vooraf goed duidelijk wordt gemaakt welk eindproduct wordt verwacht, op welke wijze beoordeeld wordt en bovendien waarop bij het beoordelen wordt gelet, geeft dit de leerlingen inzicht wat er van hen wordt verwacht en aan welke eisen hun werk moet voldoen. 

Verwerven van kennis
Welke bronnen worden gebruikt en hoe worden deze bronnen ontsloten? Wat hier verwacht wordt van de leerlingen is afhankelijk van het type Geoquest. Bij een gesloten Geoquest kan de bron, als het bijvoorbeeld gaat om een internetpagina, worden ingebouwd als hyperlink in een elektronisch werkvel waar vragen etc. op staan. In feite wordt voor de leerlingen het verwerven van kennis en het organiseren daarvan in één stap gecombineerd. Dit is een werkvorm die goed past bij onderbouwklassen, vooral wanneer de leerlingen weinig ervaring bezitten met het zoeken naar informatie op internet. Bij een Standaard Geoquest vervolgens kunnen de verschillende sites die geraadpleegd moeten worden als link worden opgenomen. Bij de Open Geoquest daarentegen kan met een aantal voorbeeldsites of een link naar een goed geografische portaal worden volstaan. 

Organiseren van kennis
Deze stap wordt gebruikt om leerlingen inzicht te geven in begrippen, feiten, principes, etc. die een rol spelen bij het beantwoorden van de onderzoeksvraag en de deelvragen. Verzamelde kennis in de vorm van begrippen, gebeurtenissen, chronologieën, etc. krijgen meer betekenis indien ze goed worden georganiseerd. Afhankelijk van het type Geoquest kunnen hier verschillende strategieën worden aangeboden om leerlingen te helpen met het vergaren en organiseren van kennis. Bij de Basis Geoquest en de standaard Geoquest wordt gewerkt met inhoudelijke kennis van betrekkelijk laag cognitief niveau (feiten, begrippen, chronologieën, oorzaak-gevolg-verbanden, gebeurtenissen, en bijvoorbeeld principes of generalisaties). Bij de Complexe Geoquest echter wordt gebruik gemaakt inhoudelijke kennis die gericht is op het verbreden, verfijnen en verdiepen van de kennis door gebruik te maken van denkvaardigheden als vergelijken, classificeren, abstraheren, inductief redeneren, deductief redeneren, stelling onderbouwen, fouten en perspectieven analyseren. 

Verwerking in een opdracht of een verslag
De verworven en georganiseerde kennis moet vervolgens gebruikt worden om verbanden te leggen, gegevens te vergelijken met generalisaties en principes en tenslotte om conclusies te trekken. In een Open Geoquest kan dit proces in banen worden geleid door aanwijzingen te geven over de wijze waarop het verslag tot stand moet komen. In de meest gesloten vorm (Basis Geoquest) werkt de leerling in dit stadium met behulp van opdrachten, terwijl in een Standaard Geoquest of Complexe Geoquest verwacht mag worden dat de verzamelde en georganiseerde informatie gebruikt wordt in een verslag waarbij de leerling eventueel aanvullend materiaal zoekt. Bij deze werkwijze ontstaat een mooi didactisch opgebouwde taxonomie. 

Check en evaluatie
Deze stap is ingebouwd om leerlingen een handreiking te geven bij de eindcheck en eventueel de evaluatie van het leerproces. De leerlingen ontvangen een lijstje met een aantal criteria of formuleren zelf een aantal criteria waarmee ze kunnen controleren of hun werk aan de gestelde criteria voldoet en kan worden ingeleverd. Met de opgestelde criteria kunnen ze bijvoorbeeld nalopen of alle onderdelen van het verslag wel aanwezig zijn, of in de conclusie de deelvragen zijn beantwoord, etc. Daaraan gekoppeld kunnen tevens vragen worden gesteld die meer het karakter van een evaluatie bezitten