Beste collega's:
I. type Geoquest:
Volgens de indeling van Gotze Kalsbeek is het een complexe Geoquest
In deze Geoquest gaan leerlingen staten vergelijken. Je kunt dit bij
ontwikkelingslanden, maar ook bij b.v. de Europese Unie toepassen. Leerlingen
kunnen onderzoeken welke landen als eerste toegelaten mogen worden. Ze
vergelijken dan b.v. 2 of meer staten.
Leerlingen doorlopen de volgende onderzoeksstappen:
II.de moeilijkheidsgraad van het kwantitatieve onderzoek:
Je kunt de moeilijkheidsgraad variëren door:
a. het aantal landen te vergroten of te verkleinen
b. wel of geen rangorde te laten aangeven, en deze op te tellen.
c. wel of geen extra wegingsfactor per criterium toe te kennen.
III de moeilijkheidsgraad van het kwalitatieve onderzoek:
Naast het mensenrechtencriterium zullen leerlingen
waarschijnlijk wat sturing behoeven bij het bedenken van en zoeken naar andere
criteria. Enkele suggesties: de voedselsituatie, positie van de vrouw,
exportmogelijkheden, infrastructuur, exportmogelijkheden, gezondheidszorg
enz.
IV.de landen
Ik heb de volgende landen gekozen: Bolivia, Tanzania, Ghana, Thailand, Colombia
en Vietnam.
Je kunt deze landen verplicht stellen, maar je kunt er ook mee variëren: binnen of tussen klassen.
Als je plagiaat of overschrijfwerk wilt voorkomen kun je elke leerling of
groepje van leerlingen verschillende landen geven.
V. een mogelijke beoordeling:
| Beoordelingsmodel NOVIB: welk land krijgt hulp? | Naam: | ||
| Onderdelen | maximaal aantal punten per onderdeel | behaalde punten | opmerkingen |
| verzorging | 1 | ||
| kwantitatieve gegevens | 2 | ||
| kwalitatieve gegevens | 2 | ||
| conclusies | 2 | ||
| advies | 3 | ||
Tips naar aanleiding van eerste de resultaten in 4 havo en 5vwo:
Om het onderwerp onderontwikkeling in te leiden heb ik leerlingen de
voorkennis over ontwikkelingslanden uit het Basisboek van de Geo (hoofdstuk
8) laten herhalen.
Tevens heb ik ze laten kijken naar de 5 delige videoreeks West-Afrika. Deze
serie is ongeveer tien jaar geleden uitgezonden door NOT-Teleac. Hierdoor
krijgen leerlingen informatie en beelden van de problemen in deze Afrikaanse
landen.
Daarna heb ik per groepje van 2 leerlingen drie verschillende landen
toegewezen die ze moesten onderzoeken. Dit om plagiaat te voorkomen. In de
nieuwe klassen gebruik ik weer andere combinaties van landen.
Als je meer dan drie landen laat onderzoeken wordt het te complex en geeft te
veel nakijkwerk.
De eerste tabel met kwantitatieve informatie levert weinig problemen op De
tweede tabel met kwalitatieve gegevens geeft wel.problemen. Omdat het
eerste criterium mensenrechten is, hebben leerlingen de neiging om teveel
politieke criteria te selecteren. Je moet als docent daarom aangeven dat
ze meer aardrijkskundige criteria moeten gebruiken zoals de
demografische situatie, de economische situatie op het platteland, zijn er
waardevolle exportproducten, is er sprake van een sterke urbanisatie, is er
sprake van milieudegradatie, zijn er grote regionale conflicten etc.
Ook heb ik de leerlingen per land, per criterium één A-4 laten typen, want in de
tabel is te weinig ruimte.
Tenslotte het moeilijkste onderdeel, het schrijven van het advies conform de Novib uitgangspunten.
In havo-klassen moet dit klassikaal worden uitgelegd, anders komen ze er niet
uit. Het beste is om met enkele concrete voorbeelden, b.v. met een Novib-filmpje,
aan te geven wat die Novib-aanpak inhoudt. Ook moeten ze de
informatie over de Novib aanpak, nogmaals goed lezen.
Leerlingen schrijven bijvoorbeeld dat in land X de bevolkingsgroei moet worden
afgeremd. Dat is te oppervlakkig. Ze moeten uitleggen dat b.v. het
geboortecijfer omlaag moet en dat je dan lokaal, in stadswijken en dorpen,
bepaalde concrete maatregelen moet nemen gericht op bepaalde doelgroepen (die
door de Novib gesteund kunnen worden) Daarna aangeven welke maatregelen en
of het kans van slagen heeft.
Ze moeten dus op het juiste schaalniveau uitkomen.
Veel succes
Leo Zander
Terug naar beginpagina