De Koufronten en warmtefronten pagina
Bekijk de onderstaande figuren en lees de tekst.

Bij het
binnendringen van warme lucht in een bepaald gebied spreekt men van een
warmtefront.Dit front is bijna altijd gekoppeld aan een depressie en wordt ook
vaak gevolgd door een koufront .
Warme lucht is "lichter" dan koude lucht, dus zal bij het binnendringen de warme
lucht over de koude lucht glijden(pijl bij A) en daarbij wordt deze warme lucht
gedwongen op te stijgen.
Tot ver voor het front uit ( 500 tot 1000 km) en tot op grote hoogte(zo'n 6 a 8
km) is het naderen van de warme lucht zichtbaar. Bij de nadering van het front
begint de wind toe te nemen en te draaien tegen de klok in, terwijl
tegelijkertijd de luchtdruk ook begint te dalen. Aan de hemel verschijnt de
eerste bewolking in de vorm van
hoge cirrusbewolking (= Ci).
De bewolking wordt steeds dikker, zodat de zon of maan hier nauwelijks meer
doorheen komt en er ontstaan vaak
kringen om de zon/maan(halo's) bij deze cirrostratus(= Cs).
Uiteindelijk wordt de hemel helemaal grijs door
Altostratus-wolken (= As), waaruit de eerste lichte neerslag kan gaan vallen
in de vorm van motregen of lichte sneeuw. Deze wolken gaan onzichtbaar over in
de echte regenwolken
Nimbostratus-wolken (= Ns), die vooral 's winters vaak de bekende
naargeestige, grauwe dagen opleveren.
De regen intensiteit is daarbij ook sterk toegenomen en 's winters kan bij ijzel
ontstaan als de regen bij het passeren van de nog aanwezige koude lucht zodanig
afkoelt, dat de temperatuur van de vloeibare druppels net onder nul komt te
liggen.( de koude lucht heeft dan een temperatuur van zo'n -1 C tot -4 C ) Als
deze onderkoelde druppels de grond raken, dan gaan ze bevriezen en vormen zo een
ijslaag.
Als de temperatuur van de koude lucht laag is, dan kan de regen tijdens de val
bevriezen en dan komt er ijsregen; deze neerslag is doorzichtig in tegenstelling
tot hagel, die bestaat uit witte korrels. Wordt de temperatuur van de koude
lucht nog lager of is er weinig beweging in het front, dan kan de neerslag als
sneeuw gaan vallen.
Zie voor een grafische weergave hiervan
de neerslagvormen bij een warmtefront
.
Na het passeren van het front gaat de temperatuur ook aan de grond stijgen,
waarbij het nog geruime tijd kan blijven regenen.
De wind gaat ruimen( met de klok meedraaien ), meestal gaat de luchtdruk stijgen
en vooral 's zomers kan de hemel helemaal openbreken met een sterke stijging van
de temperatuur.

| Begin pagina |
| Wolken |
| Wind |
| Neerslag |